Landbouwer, natuurboer en bestuurder P.J.J. Kome luidt

noodklok over betaalbaarheid van het Waterschap.

Het komt voor de fractievoorzitter van de, huidige

oppositiepartij,

Waterschapspartij Hollandse Delta (WPHD) niet uit

de lucht vallen dat er http://wphd.nl/wp-content/uploads/2019/02/word-image.jpeg

na twee bestuurlijke perioden van

‘verstandscoalities’ een serieus

probleem is om de zaken binnen

Waterschap Hollandse Delta op op de te houden.

Kome en zijn 6 koppige fractie ervaren het als wrang hier slechts als

“toehoorder” van getuige te zijn geweest. Voor dijkgraaf mevrouw Ingrid de Bondt was een

maand geleden, slechts anderhalf jaar na haar aanstelling, de maat vol. Zij diende per direct

haar ontslag in bij de minister van I&M. Nog langer verantwoording dragen voor haar

opdracht, een toekomstbestendige stabiele organisatie neer zetten, zat er niet in, volgens de

tekst van haar ontslagbrief.

Waterschap Hollandse Delta heeft naast het beheer van gemalen, waterlopen en wegen ook

een serieuze taak in waterzuivering. Juist deze taak, ooit in het pakket gekomen na een fusie

met zuiveringschap Hollandse Eilanden en Waarden, blijkt nu na jaren van pappen en

nathouden een maatje te groot voor de organisatie. Waar iedereen de schijn ophoudt dat

dijkverzwaringen en het houden van droge voeten de kerntaken zijn waar het geld mee weg

gaat geeft een korte analyse van begroting en resultaat een andere uitkomst. Het wrange is

dat verantwoordelijke bestuurders problemen niet voldoende hebben onderkent en nog

steeds “de kop in het zand steken”. Blijkbaar malen zij hier niet over en verzuimen nog

steeds een taakstellende opdracht en passende controle richting organisatie uit te voeren.

Vanuit de simpele stelling dat een euro maar één keer kan worden uitgegeven is er al jaren

een zoektocht om de begroting sluitend te krijgen in plaats van initiatief te nemen om

structureel zaken aan te pakken. Het jaar op jaar inzetten van reserves was één van de

manieren om tekorten te egaliseren, daarnaast is er bezuinigd op onderhoud en

veiligheidsaspecten, dit alles volgens een recent rapport aan de Verenigde Vergadering.

In dezelfde bestuursperioden wordt keer op keer de maatlat gelegd langs andere kerntaken

zoals groot onderhoud van waterlopen en plattelandswegen. Wanneer Kome in zijn

verkiezingsboodschap uitdraagt bestuurlijk te willen zorgen voor het op orde zijn van deze

kerntaken beklemt wel de vraag wat doen we met de kennis van nu over achterstalligheid.

Kortom, gaat de belastingbetaler betalen aan schoon en voldoende water, droge voeten en

vernieuwing en innovatie of vloeien de belastingopbrengsten weg in zaken die in de vorige

bestuursperioden blijkbaar zijn blijven liggen?

Na de verkiezingen op 20 maart mag een nieuw college aan de bak. Naar het oordeel van

Piet Kome vraagt het huidige omvangrijke takenpakket, waarin belangen van inwoners,

bedrijven, boeren en natuur samenkomen om een verdergaande integrale aanpak. Van

oudsher waart er binnen waterschappen een cultuur van “hokjesgeest” waarbij het korte

termijn soms eigen belang of partij belang prevaleert. Met de intrede van de politiek in het

waterschapsbestuur is dat er overigens zeker niet beter op geworden.